Waarom dichotomisch denken dodelijk is voor de liefde

lobster
Door Evelien Bogaert
Still uit ‘The Lobster’

Het wordt ons van kleins af ingepeperd dat er een bepaalde volgorde ligt in ons leven. Voor een deel is die natuurlijk wel ingegeven door biologische factoren, maar het grootste deel lijkt mij sociale constructie.

Een van de beste films van de afgelopen jaren is in mijn bescheiden opinie ‘The Lobster’. In het onderstaande tekstje kan je lezen waarom ik dat vind en wat deze film te maken heeft met denken in tweedelingen.

Het centrale idee van deze film is dat mensen die alleenstaand zijn minder waarde hebben dan koppels. Als individuen zonder partner vallen moeten ze zo snel mogelijk een nieuwe partner vinden in een hotel of ze worden omgevormd in een dier naar keuze (mensen kiezen vooral voor honden blijkbaar).

Ze worden behandeld alsof ze ziek zijn en er wordt op hen gejaagd door andere singles die zo meer tijd krijgen om een partner te vinden. De enige manier om te ontsnappen is zo snel mogelijk een ‘wij’ vormen. Doen ze dat niet dan worden ze een beest of een outcast.

Dit uitgangspunt is heel grappig en absurd, maar voor mij visualiseert het ook iets dat ik al lang onder woorden probeer te brengen.

Het wordt ons van kleins af ingepeperd dat er een bepaalde volgorde ligt in ons leven. Voor een deel is die natuurlijk wel ingegeven door biologische factoren, maar het grootste deel lijkt mij sociale constructie. Waarom zoeken we een partner, trouwen we, kopen een huis en krijgen dan kinderen?  Waarom in die volgorde en waarom bijna allemaal tegelijk? En vooral waarom is dat zo vanzelfsprekend?
Het vreemde is dat weinig mensen zich daar echt vragen lijken bij te stellen. Koppels die samen een facebook account hebben, de onvermijdelijke ‘wij’ die afspraken bevestigt en afzegt en mensen die enkel nog als koppel present geven.
Er wordt verondersteld dat er een tweedeling tussen koppels en singles bestaat en dat wordt via allerlei maatschappelijke regels en wetten ook sterk benadrukt. Blijkbaar is deel uitmaken van een koppel een soort statussymbool.

Eerlijk gezegd, vind ik dat een beetje eng.

De veronderstelling dat we deel moeten zijn van een tweeëenheid om compleet te zijn is zo oud als de straat.

De veronderstelling dat we deel moeten zijn van een tweeëenheid om compleet te zijn is zo oud als de straat. Plato liet Aristophanes in zijn Symposium praten over wezens die ooit één waren maar als straf voor hun hoogmoed werden ze gescheiden van elkaar en dus incomplete wezens die de wereld moeten afschuimen opzoek naar hun letterlijk andere helft.
Dit idee op zich heeft wel een zekere grond denk ik,  maar de invulling ervan is eigenlijk zeer stereotiep. We doen allemaal min of meer hetzelfde in dezelfde periodes van ons leven. Vaak wordt aangehaald dat dat natuurlijk is, maar mij lijkt het grotendeels een overblijfsel van een oude sociale realiteit die nog steeds doorwerkt maar eigenlijk niet meer past bij deze tijd en in vele gevallen dodelijk is voor datgene wat ons echt aantrekt in elkaar.

Voor mij voelt dit stramien als een beperking en ik kan mij niet inbeelden dat dat voor veel andere mensen niet ook zo is. Zou er hier een verband gelegd kunnen worden met de vele echtsheidingen. Verwachten we niet te veel van een relatie en onze partner? Zijn al die verwachtingen niet de ondergang van de liefde? Is de manier waarop we onze partner kiezen niet voor een groot deel gebasseerd op een collectieve fantasie? Verwachten we niet dat een relatie alles beter maakt? Zien we een relatie niet als een manier om onze eigenwaarde te bevestigen?

Dingen als hotelkamers met een supplement voor singles, het ontbreken van alternatieven voor één persoon in winkels en nieuwe mensen leren kennen en direct duiding mogen geven bij je relatiestatus, tonen aan dat ook in onze maatschappij alleenstaanden tot op zekere hoogte als paria’s, of op zijn minst als een beetje zielig, beschouwd worden.

Vooral voor vrouwen is dit het geval: we zijn duizenden jaren gedefinieerd aan de hand van relaties met anderen en dan vooral mannen. Vrouwen waren in de eerste plaats dochters, echtgenotes en moeders en pas daarnaast misschien ook nog iets anders.

Ik denk dat mannen altijd meer vrijheid gehad hebben om daaraan te ontsnappen en toch maatschappelijke invloed te hebben. Vrouwen die weigerden om binnen het stramien te passen vormden eigenlijk een marginale groep: zwijgzame non of hoerige heks. Voor mannen lag dat toch iets anders, hij kon paus worden, ontdekkingsreiziger of celibataire filosoof.

Zeker de moeite om eens te bekijken dus – vooral ook omdat de humor zo heerlijk zwart is.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s